ziezegroeien  

zzgroeien
   

ICT-vraag  

   

PAleiSregels

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter

De PAleiSregels

 

Om fijn met elkaar te kunnen leven in de lagere school, maken we afspraken die we PAleiSregels noemen. Ze zijn een onderdeel van het schoolreglement. Onze PAleiSregels willen we wel positief benaderen, niet van dit mag niet en dat mag niet.

 

We delen ze in twee groepen in: De waarden die wij belangrijk vinden en hoe we daaraan kunnen werken

Respect (Respect is als een echo: wat je geeft, krijg je terug.)
  1. Ik respecteer de ander, ongeacht zijn/haar taal, afkomst, uiterlijk of mening.
  2. Iedereen mag meedoen.
  3. We gebruiken geen geweld.
  4. Ik heb eerbied voor een ander zijn/haar spullen.
  5. Uit respect voor de natuur gebruiken we de vuilnisbakken en worden de planten niet beschadigd.
Groeien (Samen willen we vooruit en bouwen we aan de wereld.)
  1. De groten houden rekening met de kleinen.
  2. Ik ga niemand uitlachen als hij/zij iets niet kan.
  3. Ik geef anderen tijd en ruimte.
  4. Fouten maken mag, want ik ben op school om te leren.
  5. Iedereen verdient een nieuwe kans.
Gevoel (Ieder is uniek en wordt aanvaard hoe hij/zij is.)
  1. Boze gevoelens tracht ik te stoppen.
  2. Ik tracht zo vlug mogelijk te vergeven.
  3. Als ik me niet goed voel, ga ik op zoek naar hulp.
  4. Het woord pesten staat niet in ons woordenboek.
  5. Als ik ergens niet mee akkoord ben, maak ik dat duidelijk op een beleefde manier.

Vrij maar verantwoordelijk (Samen leven is keuzes maken: keuzes in het voordeel van de groep.)

  1. We houden onze school netjes en schoon.
  2. We zorgen goed voor onze eigen spullen en die van een ander.
  3. Als er gepest wordt, meld ik dit.
  4. Als ik iets fout heb gedaan, kan ik dit toegeven.
  5. Problemen lossen we al pratend samen op.

Samen (In de school leef en leer je niet alleen, we gaan er samen voor!)

  1. We groeten elkaar vriendelijk.
  2. Samen spelen, samen leren, samen delen en samen lachen.
  3. Ik kan luisteren naar en overleggen met de ander.
  4. Ik help (mee met) anderen.
  5. Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen
De PAleiSregels waaraan de leerlingen zich proberen te houden

Op tijd in de rij, want ik hoor erbij.
Ik kom op tijd naar school. Het is niet fijn als de lessen gestoord worden. Ook na schooltijd sta ik tijdig in de afgesproken rij, ik ga naar ’t Ankertje of ik wordt afgehaald. Het is dan geen speeltijd meer.

 

Wat de les ook is, ik zorg dat ik niets mis.
Ik volg alle lessen. Als ik van de dokter niet mag turnen of zwemmen, dan breng ik een briefje mee van de dokter.

 

Een vriendelijk woord, wordt beter gehoord.
Ik ben vriendelijk tegen mijn klasgenoten, ook tegen de kinderen van de andere klassen, de leerkrachten, de directie, het poetspersoneel, en bezoekers. Ik spreek een leerkracht altijd aan met juffrouw of meester. Als ik naar een ander lokaal ga, klop ik eerst op de deur.

 

Ieder is anders; kleur, taal of hoe je eruit ziet. Neen, uitstoten dat doen we niet.
Ik ben anders dan mijn mama of papa, dan mijn broer of zus, gewoon anders dan anderen. Toch heb ik respect voor iedereen. Of ze jongen of meisje zijn, afkomstig uit een ander land, thuis een andere taal spreken, een andere huidskleur hebben, of gehandicapt zijn, dat is helemaal niet belangrijk. Belangrijk is vriendelijk zijn voor iedereen. We leren en spelen met elkaar en sluiten niemand uit.

 

Pesten, hoe het ook gebeurt, het wordt steeds afgekeurd.

 

Spullen, van mezelf of van de school, ik draag er zorg voor als voor mijn idool.
Onze school is netjes. We willen dat dit zo blijft. Het is dan ook nodig dat ik hiertoe mijn steentje bijdraag. Ik schrijf niet op muren, en maak nergens krassen of strepen op. Als ik iets verlies, dan vertel ik dat onmiddellijk aan de juf of de meester. Als ik iets vind dat niet van mij is, geef ik het aan de juf of de meester.

 

Leuke kleren, voor onze dames en heren.
Ik kom steeds netjes gekleed naar school. Daarom zijn er enkele afspraken: bij warm weer kleed ik me niet alsof ik op het strand vertoef. Voor piercings ben ik nog wat jong, hier wacht ik nog mee. Ik breng geen GSM of (elektronisch) speelgoed mee naar school, ook geen voorwerpen zoals MP3-spelers, laserpen, aansteker, en dergelijke. Ik laat geen geld of waardevolle spullen achter in mijn schooltas.

 

Een toilet hoort proper te zijn, ook ik hou dit plekje rein.
Het WC-lokaal moet proper zijn. Ik speel er niet. Toiletpapier laat ik niet buiten het toilet rondslingeren. Na gebruik spoel ik het toilet door, ik ben echter spaarzaam met water. Mijn handen was ik met zeep en droog ze af met een handdoek (in de handdoekroller); we laten alles proper achter. Voor de grote meisjes zijn er toiletten voorzien van een sticker. Hier kunnen ze terecht indien ze ongesteld zijn. Deze afspraken gelden ook voor de toiletten op de tussenverdiepingen.

 

De speelplaats is van iedereen, ik ben er immers niet alleen.
Omdat we op de speelplaats met veel kinderen zijn, is het belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt. We schenken hier wat meer aandacht aan:
  • Balspelen: Als we een balspel spelen doen we dat op de afgesproken plek, zeker niet onder de overdekte speelplaats. De speelplaats wordt daarom ingedeeld in speelzones. Een beurtsysteem bepaalt wie in welke speeltijd, in welke zone speelt.
  • Speelmateriaal: Speelmateriaal dat ter beschikking wordt gesteld (speelkoffer) behandel ik met respect.
  • Fietsen: De fietsenstalling is geen speelplaats. Fietsen op de speelplaats tijdens de schooluren is verboden, dan nemen we de fiets aan de hand.
  • Beplanting: Tussen de beplanting wordt niet gespeeld. Ook de bomen en struiken verdienen respect. We gooien niet met afgevallen fruit.
  • Winterweer: Met sneeuwballen gooien is leuk, maar niet altijd veilig. Dus niet tijdens de speeltijden, enkel in beperkte groep, onder begeleiding.
  • Omheining: De omheining dient niet om over te kruipen.
  • Speelweides: Door de speelweides te gebruiken zorgen dat we veel speelruimte krijgen. De speelweide met de speeltuigen blijft voorbehouden voor 1-2-3-4. De andere is voor 5 en 6. De rode en de groene schijf bepalen of de speelweides open zijn.
  • Speeltuigen: We ‘spelen’ op speeltuigen en vernielen ze niet.
  • Zandbak: Ook hier zijn het de rode en groene schijf die bepalen of de zandbak open is. Zand hoort in de zandbak en niet erbuiten. We gooien ook niet met zand.
  • Bel: Horen we het belsignaal, dan stoppen we het spel en gaan naar onze klasrij.

 

Voor de speeltijd iets lekkers gezocht, liever fruit dan koek gekocht.
We weten dat snoepen niet gezond is, daarom houden we dit zeer beperkt. Kauwgom is verboden in onze school. Op woensdag verkiezen we alvast fruit boven de koek!

 

Vuil, in de zak of de bak. In sorteren ben ik een krak.
Ik werp mijn afval in de juiste bak: groen voor fruitafval, blauw voor drankverpakking en grijs voor de rest..

 

Van de speelplaats naar de klas, in een rustige rij lukt het pas.
Voor en na de speeltijd verplaatsen we ons in een rij. Dit doen we om een rustige overgang te maken tussen spelen en leren. Tijdens de speeltijd mag ik in het schoolgebouw komen als ik dat eerst aan de juf of meester vraag, bv. om de bal te gaan halen. In de gangen mag ik niet rennen. Dat is niet veilig. Ik mag niet alleen in de klas achterblijven tijdens de speeltijd.

 

Bij ’t samen eten in de zaal, werken de kaken, ik hoor geen taal.
Als ik in de school blijf eten, ga ik samen met de andere kinderen en de meester of juf van toezicht naar de eetzaal. Om het voor anderen en dus ook voor mezelf fijn te maken, blijf ik op mijn plaats zitten. Ik mag praten, maar roepen en schreeuwen? Nee, dat doe ik niet, want dat is voor niemand fijn. Als meisje of jongen van het 4de, 5de of 6de leerjaar help ik bij de drankbedeling, het afruimen van de tafels en het schikken van de eetzaal.

 

Met de fiets of te voet, in het verkeer. Ik volg de regels keer op keer.
Ik neem altijd de kortste weg naar huis en respecteer het verkeersreglement. Als ik met de fiets naar school kom, kom ik binnen langs de poort van de Wijkstraat of langs de weg door de tuin in de Kloosterstraat. Ik wandel met mijn fiets van de poort (speelplaats) naar de stalling. Ik verlaat ook nooit alleen de speelplaats; ik ben of bij mama/papa of bij de juf/meester, ook al maak ik gebruik van de Kiss & Ride. Ook hier houd ik me aan de regels van de begeleiding.

 

Brand of gevaar; de sirenes fluiten. Ik blijf kalm en volg de weg naar buiten.
Op sommige plaatsen vinden we in de gangen een rode knop in een kastje. Dat is een alarmknop: alleen als er brand is, mag er op gedrukt worden. Dan gaat de alarmsirene loeien en komt de brandweer. Als de sirene loeit, is er brand of is er een brandoefening. Ik verlaat dan zonder te rennen rustig de klas en het gebouw. Ik neem niets mee. Ben ik op het toilet, of elders, dan ga ik onmiddellijk naar buiten en verzamel in mijn klasrij.

 

De regels worden gerespecteerd, zoveel kansen tot je het leert.
Als ik de gedragscode van onze klas en deze regels niet naleef, dan maakt de juffrouw of meester me een opmerking. Het kan ook zijn dat ik een extra taak krijg. Die laat ik steeds tekenen door mama en/of papa.

 

Download hier het schoolreglement.
   
© PAleiS Diepenbeek